Perspectieven gebruiken om uw OmniFocus-vensterinstellingen op te slaan

U kunt uw OmniFocus-vensters op bepaalde manieren organiseren, zodat alle gegevens overzichtelijk worden weergegeven. Eén blik moet volstaan om 's ochtends te kunnen zien wat u vandaag allemaal moet doen, hoe uw week eruitziet of wat u onlangs allemaal heeft uitgevoerd. Met perspectieven kunt u de weergave-instellingen opslaan en ernaar terugkeren wanneer u wilt.
U maakt als volgt een perspectief:
Stel een OmniFocus-venster in met de gewenste weergavemodus, kolommen, gefocuste onderdelen, geselecteerde zijbalk en weergavebalkinstellingen.
Kies in het menu Perspectieven de optie Toon perspectieven.
Klik op de plus-knop onder aan het venster Perspectieven.
Typ een naam voor het nieuwe perspectief.
U wijst als volgt een symbool toe aan een perspectief:
Als de instellingen niet zichtbaar zijn in het venster Perspectieven, klikt u eerst op de uitvouwknop onder aan het venster.
Bovenaan in het instelgebied bevindt zich het huidige symbool van het geselecteerde perspectief. Als u een ander symbool wilt selecteren, klikt u op het pijltje rechts onder het symbool. U kunt ook een afbeelding naar het symbool slepen.
Er zijn verschillende manieren om een perspectief te openen:
Dubbelklik op het perspectiefsymbool in het venster Perspectieven.
Kies het perspectief in het menu Perspectieven.
Kies Pas knoppenbalk aan in het menu Weergave en voeg het perspectief als knop toe aan de werkbalk; klik er vervolgens op.
Een bestaand perspectief vervangen door nieuwe vensterinstellingen:
Stel een venster naar wens in (mogelijk door een bestaand perspectief te openen en enkele zaken te veranderen).
Verplaatst de muis vanaf het menu Perspectieven of in het gereedschapsmenu in het venster Perspectieven naar Sla venster op als, en kies vervolgens het perspectief dat u wilt vervangen. Als dat perspectief al open is, kunt u ook Maak momentopname kiezen.
Via het instelgebied van het venster Perspectieven dat beschikbaar is door op de uitvouwknop te drukken, biedt u veel controle. Hier vindt u een beschrijving van de alle snufjes.
Shortcut Recorder — Recht onder het symboolgebied is een plaats waar u een sneltoets kunt toewijzen aan het geselecteerde perspectief. U hoeft alleen in het veld te klikken en vervolgens de sneltoets die u wilt gebruiken in te drukken.
Weergavemodus— Gebruik dit om te kiezen of het perspectief in de planningmodus moet worden geopend waar actie samen worden verzameld in hun projecten, of in de contextmodus waar de acties op elke willekeurige manier kunnen worden gegroepeerd. Dit beïnvloedt de andere instellingen die beschikbaar zijn.
Herstel focus — Als u dit selecteert, wordt de actieve focus op het venster die u hebt opgeslagen, terugkeren wanneer u het perspectief opent. (U kunt de focus bovenaan rechts van het venster Perspectieven controleren.) Laat dit niet-geselecteerd als u het perspectief wilt openen terwijl uw focus behouden blijft. Als er geen focus telt, kunt u een perspectief hebben dat u altijd terugbrengt naar een niet-gefocuste status.
Lay-out herstellen — Selecteer deze optie zodat het perspectief de venstergrootte, vensterpositie en kolommen van het venster dat u hebt opgeslagen, onthoudt. Anders zal het bestaande venster de lay-out behouden wanneer u het perspectief opent.
Vergroting herstellen — Selecteer deze optie om het perspectief opnieuw in te stellen naar de specifieke opengevouwen en samengevouwen status van alle kleine driehoekjes in uw zijbalk en ze op te bouwen zoals ze waren op het ogenblik waarop u ze hebt opgeslagen. Hef de selectie op als het u niet uitmaakt wat de vroegere uitvouwstatus was.
Selectie herstellen — Als u dit selecteert, zal het openen van het perspectief alle zaken selecteren die waren geselecteerd in de zijbalk en de opbouw op het ogenblik dat u deze hebt opgeslagen. Als er niets is geselecteerd, worden alle selecties opgeheven. Anders zal het openen van het perspectief uw selectiestatus niet wijzigen.
Instellingen herstellen van een perspectief van de planning/contextmodus — Omdat een perspectief alleen van toepassing is op de planningmodus of op de contextmodus, zult u mogelijk twee perspectieven tegelijk willen openen, één voor elke weergavemodus. Schakel deze instelling in en kies een perspectief dat van toepassing is op de andere modus. Wanneer u daarna dit perspectief op een bepaald ogenblik opent, wordt het aanvullende perspectief geopend in de andere modus. U kunt heen en weer schakelen tussen de twee modi via het menu Weergave of de werkbalkknop Weergavemodus. Als geen van de modi zinvol lijkt, hoeft u deze functie mogelijk toch niet te gebruiken.
De rechterzijde van het instellingsgebied toont de focus en de instellingen voor de weergavebalk voor het geselecteerde perspectief. Hier kunt u onmiddellijk het filteren, sorteren en groeperen wijzigen in plaats ze in de Weergavebalk in te stellen en het perspectief opnieuw op te slaan.
Om snel een perspectief af te drukken zonder het te hoeven openen, klikt u op het gereedschapsmenu onder aan het venster Perspectieven en kiest u Snelle afdruk. Als uw printopties al zijn ingesteld volgens uw voorkeur, kunt u Command ingedrukt houden en Snelle afdruk selecteren om het venster Afdrukken volledig over te slaan. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer u snel een "te doen" perspectief wilt afdrukken voordat u de deur uitgaat.
Om een perspectief te verwijderen, hoeft u het alleen maar te selecteren en op de toets Verwijderen te drukken.
← De ingebouwde weergave-instellingen gebruiken Projecten herzien →